Wat is een morele opvatting waard?


Wat is waar? Als je een discussie hebt over wat waar is, dan trek je na of aanspraken op waarheid kloppen. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, maar het is mogelijk om een goede discussie te voeren over wat waar of aannemelijk is.

Maar als mensen tegengestelde standpunten verdedigen over wat moreel gezien goed of juist is, hoe bepaal je dan welk standpunt waar is? Of is waarheid bij discussies over morele kwesties niet het juiste woord? En als je gelooft dat de waarheid van een morele uitspraak afhangt van de morele oordelen van groepen of individuen en niet van objectieve morele feiten, betekent dit dan dat we alle morele praktijken en opvattingen van elkaar moeten tolereren?

In deze ethiekmonoloog beschrijf ik welk antwoord er op die laatste vraag mogelijk is. En wat dit kan inhouden voor het begeleiden van morele discussies.

Moreel relativisme
Zoals ik in Filosofische ethiek beschreef, betreft meta-ethiek een discipline van de wijsgerige ethiek. Meta-ethiek houdt zich bezig met de vraag naar de status van morele uitspraken. Wat is een morele opvatting waard? Zijn morele uitspraken, zoals ‘Poetins oorlog in Oekraïne schendt mensenrechten en dat is volstrekt onaanvaardbaar’, gericht op waarheid? Zo ja, wat is dat voor een soort waarheid?

Eén meta-ethische positie is het moreel relativisme. Deze positie kenmerkt zich door de stelling dat morele waarheden (beweringen over wat goed en slecht is, rechtvaardig, onrechtvaardig etc.) niet absoluut of objectief zijn, maar afhangen van de normen en waarden van groepen of individuen. Dit vooronderstelt dat morele uitspraken waar kunnen zijn. Morele uitspraken beogen een bepaald soort waarheid te beschrijven. Daarin onderscheidt het moreel relativisme zich van andere meta-ethische posities. Daarover meer in een andere ethiekmonoloog. Wat moreel relativisten delen is de opvatting dat een universele moraal onmogelijk is. Ofwel, ‘een uniek-correcte moraal die voor iedereen, altijd en overal geldig is, bestaat niet’. Zo luidt de stelling van het moreel relativisme.

Dus alles tolereren…?
Veel mensen associëren het moreel relativisme met de stelling dat we de morele praktijken en opvattingen van anderen moeten tolereren. Dat stelt het Basisboek ethiek waar ik graag uit put. Ik herken deze stelling in de reacties van mijn studenten (opleiding Communicatie) tijdens mijn lessen en in tentamens. Dat geldt ook voor de uitdrukking dat morele opvattingen ‘maar gewoon meningen zijn’. In discussies hoor je niet zelden ‘dat is gewoon jouw mening’ als iemand het niet eens is met het standpunt van een ander. Al maak ik zelf, als ethiekdocent bij de opleiding Communicatie, vaker een houding mee die zich laat omschrijven als: ‘wie ben ik om de morele opvatting van een ander te betwijfelen…? Die mening komt ergens vandaan, dus die ga ik niet afwijzen’.

Is het zo dat het moreel relativisme impliceert dat we de morele praktijken en opvattingen van anderen moeten tolereren, omdat ze gebonden zijn aan de moraal van hun groep of cultuur of individuele referentiekader? Nee, want het moreel relativisme is geen normatieve ethiek, maar een meta-ethisch standpunt over de status van morele uitspraken. Het zegt niets over wat we moeten doen. Het Basisboek ethiek legt dit helder uit. Neem deze uitspraak over tolerantie:

[T] ‘We moeten andere morele praktijken en opvattingen tolereren.’

Het moreel relativisme zegt dat [T] waar kan zijn, afhankelijk van de normen die je onderschrijft. Maar het zegt niets over de normen die we zouden moeten onderschrijven. Het moreel relativisme is dus verenigbaar met een positie die stelt dat we bepaalde opvattingen van anderen juist niet moeten tolereren. [T] volgt dus niet uit het moreel relativisme zelf, concludeert het Basisboek ethiek.

Ja, en…?
Ja Heleen, en? Wat wil je daarmee zeggen? Waar maken jullie ethici je druk om? Waar het mij om gaat is dit. Moraliteit is een menselijk verschijnsel. Mensen hebben opvattingen over wat goed en slecht is, wat juist is en onjuist. Wat mag, niet mag of moet; wat toegestaan, verboden of geboden is. Onze moraal stuurt mede ons gedrag. Kritische reflectie op onze morele opvattingen en gedrag is cruciaal om steeds opnieuw te onderzoeken wat van waarde is. En bijgevolg wat ons te doen staat. Ethiekdocenten moedigen dat type reflectie aan.

Als er morele onenigheid is, dan belemmeren reacties als ‘dat is gewoon jouw mening’ of ‘wie ben ik om te oordelen?’ een goede, kritische discussie. Evenals de onjuiste conclusie dat het moreel relativisme met zich meebrengt dat we elke morele opvatting en morele praktijk moeten tolereren. Dat worden discussie-stoppers genoemd in Ethics: a very short introduction, één van de miniboekjes in de beroemde serie van Oxford University. Zo kan een moraal zich niet ontwikkelen. Zo kan niemand een nieuw moreel inzicht opdoen. Met consequenties voor wat we doen of laten in de praktijk. Daar maak ik mij professioneel gezien druk om.

Wat kun je doen als begeleider van een morele discussie als discussie-stoppers opduiken? Bevorder een goede discussie door mensen hun standpunten te laten onderbouwen. Door anderen daar eerst naar te laten luisteren. En steeds te toetsen of de discussianten elkaar goed begrijpen. Vertraag. Zorg voor een klimaat waarin er op elkaars bijdragen wordt gereageerd. Zonder consensus te forceren, maar de deelnemers wel aan te moedigen om te onderzoeken of ze het met elkaar eens kunnen worden. Als je aanneemt dat het moreel relativisme klopt en een universele moraal dus onmogelijk is, dan sluit dat het oplossen van een moreel meningsverschil niet uit. Door de poging het eens te worden met behulp van argumentatie, kan de moraal zich ontwikkelen.

Totdat duidelijk wordt dat de morele onenigheid niet wordt opgelost. In elk geval niet op dát moment van een discussie. Pas dan kun je zeggen: ‘we agree to disagree’. En in sommige gevallen zeggen dat het tolereren van andermans opvatting moreel geboden is. En waarom.

 

Geraadpleegde literatuurbronnen

Hees, van, M., Nys, T., & Robeyns, I. (2014). Basisboek ethiek. Amsterdam: Boom.

Blackburn, S. (2021). Ethics: a very short introduction. Second edition. Oxford: University Press.


Bron afbeelding

https://psycatgames.com/nl/magazine/conversation-starters/questions-to-ask-a-guy/